Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Hier lees je verhaaldeel nummer 9 uit het E-book In de tent gelokt met 27 korte kampeer verhalen. Of nog leuker, je kan er ook naar luisteren via onderstaande link.

Het complete E-book kan je bestellen in onze webshop Winkel

 

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

We leerden elkaar kennen tijdens een bijeenkomst van de ‘algemene praatgroep achterblijvers’. Lia zat daar zichtbaar ongemakkelijk. Zoals het altijd gaat bij praatgroepen moet je je zelf voorstellen en in het kort vertellen waarom je er bent. Dat lukt niet bij iedereen op de eerste dag. Daar hebben ze alle begrip voor. De gespreksleider was uiterst rustig en drong niet aan. Pas na vijf bijeenkomsten durfde ik er vooruit te komen dat mijn vrouw me verlaten had, omdat ik geen kinderen kon krijgen. Lia daarentegen, vertelde weliswaar een beetje verlegen die eerste dag, dat haar man vermist is en dat ze met drie kinderen achtergebleven is. Ik had direct een zwak voor haar. Je zag aan haar hele houding dat het een sterke vrouw was.

Na een aantal sessies vertelde Lia dat haar man tijdens een kampeertocht door Nederland verdwenen was. Hij zou de vuilniszak wegbrengen naar de afvalcontainers buiten de camping. Zij was druk bezig de kinderen in hun pyjama’s te krijgen, dus ze had niet met veel aandacht gekeken toen hij wegging. Het laatste wat ze gezien heeft is, dat hij inderdaad met een vuilniszak en een kapot opblaaskinderzwembadje onder zijn arm weggegaan was. Daarna is er geen teken van leven meer geweest. De politie was gekomen en heeft de hele buurt uitgekamd. Geen spoor. De jongste van de kinderen was acht maanden oud, de andere waren twee en drie jaar oud. Na een aantal sessies vond ik het wel genoeg. En tijdens de laatste vroeg Lia mijn telefoonnummer.

Na een maand of twee belde Lia op of ik zin had om te komen eten. Waarom ook niet dacht ik, ik had me netjes aangekleed, luchtje opgedaan en een bloemetje meegenomen. Het was een super gezellige avond. Ze kan goed koken, is heel charmant en onderhoudend. Over haar vermiste man hebben we het dan ook niet gehad. Daarna trouwens ook maar heel sporadisch. Na twee jaar uitjes, ook met de kinderen waar ik het goed mee kan vinden, wilde ze een serieus gesprek met me. Ik heb me één ding voorgenomen, trouwen dat doe ik nooit meer. Ik had na de scheiding besloten dat een latrelatie mij het beste uit zou komen. Ik heb een druk sociaal leven, maar ik hou er ook van om op mezelf te zijn. Dan kan ik gewoon mijn eigen dingen doen. En eerlijk gezegd drie kinderen full time om me heen, dat is me te druk.

Zoals ik al verwachtte werd het zo’n gesprek. Ze wilde zekerheid, ook voor de kinderen. Ik heb mijn kant van het verhaal gedaan en Lia vond het een prima plan. We spraken af dat ik twee weekenden per maand bij haar en de kinderen zou wonen en als het zo uitkwam dan bleef ik doordeweeks ook zo af en toe. De vakanties was een ander verhaal, misschien een beetje apart, maar ik wilde niet alle vakanties met drie kinderen doorbrengen. De kerstdagen vond ik prima en twee weken zomervakantie ook. Voor de rest moesten we maar kijken hoe het zou lopen.

Lia had zelf ook behoefte om soms even zonder de kinderen, maar ook zonder mij erop uit te gaan. Het eerste jaar was spannend. Iedere keer als ik het weekend naar Lia toeging was ze spontaan, ondeugend, complimenteus, kortom een leuke vrouw. De eerste vakantie was even wennen. Dat was één van die spaarzame momenten dat ze over haar vermiste man had gesproken. Ze wilde net als voorheen graag met de caravan door Nederland trekken. Nou ben ik geen kampeerder van huis uit, dus ik moest nog veel leren. Vooral het hele gebeuren met inpakken en alle boodschappen die mee moesten. Ik heb diverse keren gezegd, er zijn zat supermarkten in Nederland. Maar nee alles moest volgens haar regels en schema.

De eerste reis was een feestje. De kinderen achterin met spelletjes, snoepjes en de kinderliedjes die hardop meegezongen werden. Ik denk dat ik wel negen campings gezien heb in verschillende regio’s. Op de terugreis was Lia een beetje nerveus, opgelaten, het leek alsof ze blij was om weer terug naar huis te gaan. Ik kon mijn vinger er niet opleggen. Misschien was ik een beetje tegengevallen tijdens de vakantie. Dat kan natuurlijk gebeuren. Op de terugweg werd er alleen maar het spelletje, ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet gespeelt’. Blijkbaar deden ze het spelletje iedere terugreis. Ter ere van mijn vermiste man, zei ze.

We rijden de camping af, richting de snelweg en de oudste begint.

– Ik zie, ik zie en het is blauw. Ik zie dat Lia de snelweg af tuurt, opgetogen. Haar ogen worden groter als ze op de vangrail een blauwe schoen ziet.

– En ze roept, daar die schoen hectometerpaaltje 3.6 li. Oké, zegt de oudste, jij bent. Ook van de terugreis maken we een kampeertocht. Een uurtje in de auto en dan een camping vlakbij de snelweg. Lia weet precies waar ze heen wil en heeft de campings ook van te voren geboekt. Zo komen ze niet voor verassingen te staan dat er geen plek meer is., had ze gezegd. De volgende dag vertrekken we dan weer. Het is wel relaxed op deze manier. Voor mij is het sowieso een nieuwe manier van vakantie hebben.

Het spelletje begint weer.

–  ik zie, ik zie en het is rood zegt de jongste. Ik zie de blik in Lia’s ogen, maar de middelste is haar voor. Daar op de vangrail een rood T-shirt. En zo gaat het de hele terugreis.

Inmiddels zijn de kinderen zes, acht en negen jaar oud. De jongste en oudste lijken volgens Lia erg op haar vermiste man. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet denken. Ze zijn een beetje geniepig. De middelste is regelmatig de dupe van hun streken. Afgelopen kerstvakantie betrapte ik mezelf erop dat ik niet zo veel zin had om met hun deze tijd van het jaar door te brengen. Lia zelf was ook veranderd.

Ze ging steeds meer op me vitten. Dan zei ze dat mijn adem stonk, dan weer was mijn haar niet leuk, dan vond ze dat mijn spijkerbroek uit de mode was. Allemaal kleine dingen, maar wel gemeen. Ik weet het aan het feit dat ze doof begon te worden. Ze weigerde gehoorapparaten aan te laten meten. De menopauze kon het nog niet zijn, daar was ze nog te jong voor. De oudste begon een probleemkind te worden. Op school ging het niet lekker. Hij moest regelmatig nablijven en strafwerk maken. De jongste was al een keer van school veranderd, omdat de juf tegen Lia had gezegd dat niet de hele klas om hem draait. Hij vraagt nogal veel aandacht en stookt zijn vriendjes op. Hij heeft zelfs de bosjes al een keer in de fik gezet. Lia was hels en neemt geen halve maatregelen. Hup naar de volgende school. Zo heeft ze dat zelf ook gedaan toen ze jong was. De middelste moest het soms ontgelden, omdat zij volgens Lia een voorbeeld moest nemen aan de andere twee. Kom gewoon voor jezelf op.

Ik wil me niet te veel met de opvoeding bemoeien, gezien het niet mijn kinderen zijn. Maar soms voelt het zo fout. Om mijn afwezigheid tijdens de kerstvakantie een beetje goed te maken, besloot ik om samen er even tussen uit te gaan. De kinderen mochten bij mijn ouders logeren voor een paar dagen. Vrienden hadden een huisje gehuurd op een bungalow park. Lia kende hen ook en het leek mij gezellig om een paar dagen met volwassenen onder elkaar te zijn. Gewoon hapje eten, wandelingetje maken. Het werd een fiasco.

Niets was goed genoeg, de handdoeken waren verkeerd gevouwen in het hotel, de bedden te zacht, het zwembad te koud. Mijn vrienden hadden nog een stel uitgenodigd. Sympathieke lui, ongeveer zelfde leeftijd. We besloten om een borreltje te gaan drinken in de brasserie van het park. De open haard stond aan, muziekje erbij, wat snacks en een flesje wijn. Lekker toch zou je denken. Ik denk dat daar met open mond heb gezeten. Het gesprek ging over koetjes en kalfjes, maar Lia verbeterde alles wat ik zei. Heel subtiel allemaal hoor, in eerste instantie had ik het niet eens door. Pas later toen ik in bed lag en de dag nog eens doornam, kreeg ik in de gaten, dat de echte Lia zich nu liet zien. Ik was blij dat ik weer alleen thuis was.

Zoals in veel relaties kabbelde het bij ons ook voort. Ik bleef wel voet bij stuk houden. Twee weekenden per maand bij Lia was voor mij voldoende. In gedachte noemde ik haar nu Liedje. Alles verloopt in het zelfde patroon, op het ziekelijk af. Ze begon me nu gewoon zo nu en dan af te snauwen, zomaar uit het niets. Ik begreep er werkelijk niets van. De laatste tijd belde ze ook regelmatig op, waarbij ik het gevoel kreeg dat ik gecontroleerd werd of ik wel thuis was. Maar ja iedereen heeft wel eens een mindere periode dacht ik.

Op mijn werk hadden ze gevraagd of ik zin had om promotie te maken. Ik kon nu manager worden op de afdeling retouren. Vol enthousiasme vertelde ik het Lia. Ze kon niet geloven dat ik die capaciteit bezat, had ze gezegd. Uiteindelijk kon ik het werk goed aan en heb ik er geen spijt van. Het is hard aanpoten, maar het werk geeft ook voldoening. Na een half jaar als manager gewerkt te hebben was ik hard aan vakantie toe. Maar eerlijk gezegd ben ik de kampeertochtjes iedere keer van het hetzelfde ‘liedje’ wel een beetje beu. Ik kan de, ‘ik zie, ik zie items’ nu wel zo’n beetje dromen na al die jaren. Ik heb ook de hectometerpaaltjes op mijn netvlies zitten.

Als mijn telefoon gaat zie ik dat het Lia is. Uiteraard neem ik op, ze heeft eens nagedacht. Ik hoor dat ze de microfoon in de hoorn op hard heeft gezet. Het echoot een beetje.

– Zullen we dit jaar voor de laatste keer een kampeertocht maken. Ik ben wel aan iets anders toe, maar de kinderen willen zo graag. Ik heb ze gezegd dat ik eerst met jou af wil stemmen. Want jij moet er ook zin in hebben. Ik vraag of ze gedachten kan lezen en we beginnen te lachen.

– Ik snap het wel hoor zegt ze. Wat zullen we doen?

– Nou weet je wat, als de kinderen het zo graag willen dan gaan we dit keer voor het laatst.

En geloof het of niet, het was een gezellige tocht. Geen geruzie, zelfs de jongste deed aardig tegen zijn zusje. We zijn ook iets langer op de campings gebleven, waardoor twee weken, drie weken geworden zijn. We zijn nu op de terugreis. De eerste twee ritjes met ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’, zitten erop. Ik zit naar de radio te luisteren. Lia en de kinderen zijn bij het zwembad. Het journaal heb ik net gemist. Ik hoor de filemeldingen; op de A7 bij Lettelbert hectometerpaaltje 187.0 re,  is er bij wegwerkzaamheden een ledemaat van een volwassen man gevonden. De politie heeft de weg daar afgezet. Daardoor staat er tien kilometer file. Omrijden kan via… maar dat hoor ik niet meer. In gedachten neem ik het ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ lijstje door.

plaats Weg hm item
Meersen A79 3.6 li Blauwe schoen op vangrail
Veldhoven A67 18.0 li Rood T-shirt aan paal afslagbord
Bunnik A12 67.0 re Zwarte handschoen onder baksteen naast vluchtstrook
Delfgauw A13 10.0 re Groene teenslipper aan bord CADO
Amsterdam A9 8.0 li Bruine veter om vangrail
Ugchelen A1 80.0 re Witte zweetband om paal bord vluchthaven
Hattem A50 237.0 li Oranje plasticdrinkfles in gras bij P bord
Akkrum A32 60.0 re Grijze sok om hectometerpaal
Lettelbert A7 187.0 re Geel hesje op hek

 

Ik hou mijn adem in, dit kan toch niet waar zijn. In gedachten neem ik de terugreizen nog eens door. Ik probeer me voor de geest te halen hoe Lia haar gezicht opklaarde als iemand het goed geraden had. Ik verzin het toch niet dat haar mond eerst een strakke streep was, maar bij het zien van de items, daar een kleine glimlach doorbrak. Ik weet het niet. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik haal eens diep adem. Ik haal me gekke dingen in mijn hoofd. Na een kwartier ben ik weer een beetje tot rust gekomen. Mijn hartslag is nog wel hoog. Dan zie ik ze. De blauwe zwaailichten die de camping oprijden. Na wat een eeuwigheid lijkt gaat mijn telefoon, met een bonkend hart neem ik op. Het is Jeugdzorg. Ze hebben de kinderen opgevangen en ze zijn veilig. Ik hang op en toets het nummer in van de praatgroep schuldgevoelens.