Stilte camping

Hier lees je verhaaldeel nummer 5 uit het E-book In de tent gelokt met 27 korte kampeer verhalen. Of nog leuker, je kan er ook naar luisteren via onderstaande link.

Het complete E-book kan je bestellen in onze webshop Winkel

Stiltecamping

 

Ik houd van mijn vrouw hoor, echt waar. Ik heb veel voor haar over. Ze heeft een drukke baan waarbij veel vergaderd wordt, kortom veel praten. Daarbij werkt ze midden in de stad, drukte van jewelste en lawaai. Vooral dat kan ze missen als kiespijn. Ze heeft een aantal jaren geleden een auto ongeluk gehad. Niet heel ernstig, maar op de een of andere manier is ze gevoeliger geworden voor geluid. Niet dat ik in huis op mijn tenen hoef te lopen. Zeker niet. Maar in de vakantie wil ze rust en stilte. Van mijn kant alle begrip. Normaal gaat ze dan alleen, ik hou niet zo van buitenlandse reizen. Ik ben volkomen tevreden met mijn tuinhuis in de buurt.

Voor deze vakantie heeft ze een weekje stiltecamping in Noord-Holland geboekt. Of ik zin had om mee te gaan. Waarom ook niet. Het is een kleine camping op nog geen uur rijden van huis. Het huisje op de camping was eenvoudig, maar comfortabel genoeg. Het stond helemaal alleen op een weiland aan een klein meertje, verder is het weiland omrand door een ondiepe sloot. Aan de voorkant loopt een klein landweggetje. Als je om je heen kijkt zie je alleen weilanden met hier en daar een boerderij. De caravans en overige kampeerobjecten staan aan de overkant van het weggetje, zo’n twee kilometer verderop. Kinderen en huisdieren zijn er niet toegestaan.

Sinds we aangekomen zijn herken ik mijn vrouw nauwelijks. Ze heeft amper een woord gesproken. Als we alles uitgepakt hebben ga ik een bakkie koffie zetten. Ik vraag of ze er gezellig bij wil komen zitten. Het uitzicht is super. Ze pakt haar E-reader, gaat zitten en zegt nog steeds geen woord. Ik geniet van mijn koffie en de landelijke omgeving. Na een uurtje besluit ik dat ik even mijn benen wil strekken en stel voor dat we een wandeling gaan maken om het meertje heen. Ze kijkt me boos aan en maakt een gebaar met haar vinger voor haar mond. Ze maakt een sssstttt geluid. Uhh mag ik hier niet praten, vraag ik aan haar. Dat mag natuurlijk wel, maar ik heb liever van niet, of zo weinig mogelijk. Ik trek blijkbaar een vreemd gezicht, want ze moet lachen. Zo vind ik tenminste een paar dagen per jaar mijn rust. Nou oke dan, zeg ik en ga alleen er op uit. Het is een wandeling van vijf kilometer, na een anderhalf uur ben ik weer terug. Mijn vrouw ligt binnen op de bank een middagtukkie te doen. Daar heb ik ook wel zin in en ga buiten op de stoel zitten en klap mijn rugleuning naar beneden. Ik sluit mijn ogen en binnen een mum van tijd slaap ik.

De volgende dagen wordt er zo weinig mogelijk gesproken en ondernomen. Voor de derde dag op rij, zit ik in mijn stoel naar het weiland te staren. Het begint op mijn zenuwen te werken. Begrijp me niet verkeerd, uiteraard zijn de lammetjes leuk, de meerkoetkuikentjes schattig en de jonge kleine eendjes te lief. Het mooiste zijn de bruine hazen die met elkaar aan het knokken zijn. Het lijkt net een bokswedstrijd. Iedere dag komt er een fazant langs die dezelfde ronde doet en daarbij over de sloten heen fladdert. De reigers vliegen met hun gek gevormde halzen laag over. Prachtig om te zien allemaal. Maar, weet je dat die natuur een kabaal van jewelste maakt. Zeker in zo’n stiltegebied waar je jezelf kan horen denken.

Iedere keer dat ik opsta gaan die lammetjes blèren, ze denken dat ze iets te eten krijgen van me. Mooi niet. Het is dat er niet gebarbecued mag worden, anders had ik echt na gaan denken hoe je zo’n lam zou moeten slachten. Dan de moeder eend die met dat kwakende stel een keer of vier per dag het terras oploopt en me vragend aankijkt. Ook die krijgen niks. Helemaal nerveus wordt ik, als ik naar de meerkoeten kijk, ze verjagen alles en iedereen die in de buurt komt. De hele dag door zwemmen ze op en neer. Ze produceren een zenuwachtig geluid, klimmen op het weiland en voeren de jonkies. Dan heb je ook nog de gakkende ganzen. Er is er eentje bij die mankt loopt, dat is een herrie en ruziemaker eerste klas. Aan de rand van het weiland aan de kant van de weg staan een paar hoge bomen, vol met van die schreeuwende spreeuwen, bovendien kakken ze ook alles onder. ’s Avonds is het wel een mooi gezicht als ze gaan figuur vliegen. Zonet is die krijsende fazant ook weer voorbij gekomen. Dat is pas echt een schril geluid. Dan heb je het paartje scholeksters. Pestvogels zijn het, iedere keer dat ze over je heen vliegen maken ze een geluid, dat zeer doet aan je oren. De reiger doet er trouwens niet voor onder hoor!

Zo midden in de natuur heb je uiteraard ook insecten. Die vliegen, daar wordt ik ook niet blij van. De zwaluwen krijgen er maar geen genoeg van en tjilpen dan ook luidkeels naar elkaar volgens mij, zo van, daar, daar, daar zit er nog eentje. De kikkers in de sloot weten ook van geen ophouden, ik kan me ‘s avonds niet op mijn boek concentreren. Vanmiddag werd ik ook nog opgeschrikt door iets wat uit de sloot leek te springen. Het was net Moby Dick, maar dan een karper. Ja zelfs de vissen maken geluid hier. Vandaag zijn de koeien ook nog van stal gehaald. Lekker hoor grasboter, maar dat geloei!

Ik ben dus blij dat de week erop zit, dat we weer normaal met elkaar kunnen praten. Ik zit nu in de tuin achter het huis. De schutting staat in de beits, de tegels zijn geschrobd en het onkruid gewied. Mijn vrouw is naar een vergadering die tot laat duurt. Ik heb net een eitje gebakken, glaasje melk erbij en ik pak de krant. Bijna zou ik zeggen, lekker rustig. Ik zit een artikel te lezen over weidevogels en insecten. Er is bijna geen weiland meer waar nog bloemen staan voor de bijen. En dan komt er een schaduw over mijn krant, het is een geruststellend geluid voor mij. Heerlijk zo’n stalen vogel die de daling naar de landingsbaan inzet.